
Als we uit ons hotelraam kijken, zien we een patroon van staal en glas dat de nieuwe bibliotheek van Seattle blijkt te zijn. Ontworpen door Rem Koolhaas en pas vorige maand geopend. Helemaal mooi: als je op de vensterbank van onze kamer gaat zitten kun je via het draadloze netwerk van de bieb je foto's op internet zetten.
Vanochtend ontmoeten we de dame van het reisbureau, de eerste van een reeks mensen die zomaar Nederlands blijken te kunnen spreken. Levensgevaarlijk. Ze overhandigt een dik boek met de route en heeft het eerste stuk op de wegenkaart ingekleurd. (Gek genoeg krijg je deze service pas nadat je zelf je huurauto en je hotel midden in de stad gevonden hebt).

We beginnen de dag onder de grond: eind 19e eeuw besloot men de stoep van Seattle een verdieping hoger te leggen, waardoor de eerste verdieping een voordeur kreeg en er een verlaten ondergrondse stad onder de huidige stoep ligt. We doen een fascinerende tour met een hilarische gids.

Van onder naar boven: de toren die door typemachine-fabrikant Smith (van de smith-corona) werd gebouwd is te beklimmen. Het meest opmerkelijke is wel dat onder het schuine dak, boven het observatiedek, een "succesvolle zakenvrouw" een luxe-appartement huurt.

Stel je het uitzicht daarboven eens voor, als je dit ziet: links de baai die uitkomt in de Pacific, heel in de verte de Space Needle en onder een van de grote Avenues.

Vanaf de andere kant: het stadion van de Seattle Seahawks (American Football) en daarachter dat van de Mariners (honkbaL). Het weer is op dat moment nog prachtig.
Eenmaal weer afgedaald en een lunch later nemen we de bus naar het Seattle Center. De bus is hier gratis, en dus rijden we tussen de daklozen naar het centrum met de beroemde Ruimtenaald.

In het centrum, dat een flinke woonwijk beslaat, is verrassend weinig te doen. Zegt ook de dame in de informatiedesk, die natuurlijk nederlands spreekt. Zelfs de monorail is, na een ongeluk, gesloten (Simpsons-fans halen hier hun hart op). We slaan het dure rock-en-roll museum over (in de verte kunnen we net de indianentooi van een van de Village People zien) en nemen de bus terug.

In het centrum regent het inmiddels. We hangen een beetje de toerist uit en besluiten dan dat het mooi geweest is. De jet lag is nog niet helemaal weg, en het hotel lokt.