
De tank zit vol en de koffers zijn ingepakt - vandaag gaan we het eerste serieuze rijwerk doen. Zogauw we buiten Vancouver zijn komen de bergen in beeld. Het is niet duidelijk welke berg Marianne op de foto probeert te zetten, maar het lukt niet zo goed: iedere keer rijdt dezelfde Canadees voor de lens.


Als we later samen in de file staan, roept hij of we helemaal naar Canada zijn gereden om onze eigen berg op de foto te kunnen zetten? Aha- onze auto heeft Amerikaanse nummerplaten en de berg ligt kennelijk over de grens. Lachen.

Volgens ons boekje moeten we luchen in het plaatsje Hope. In de voorwijken zien we niks wat ons aanstaat, en als we de bocht omslaan is het plaatsje alweer afgelopen. Gas dus maar. We lunchen, eigenlijk veel beter, in Grandma's roadside cafe.

Even verderop ligt de enige attractie langs deze weg. We rijden langs de Fraser-rivier, samen met het spoor; bij een bocht in de rivier is bij het aanleggen van het spoor de halve berg ingestort. Op die plek kachelt de rivier, die altijd al wild was, nu met een noodgang naar beneden. Er gaat een kabelbaan naartoe.

Door de per-ongeluk ontstane waterval kon de zalm niet meer omhoog zwemmen. Dat is inmiddels, met hulp van de Amerikanen gefixt.

Beneden is het goed geregeld. Op de steile bergwand geparkeerd staan winkels, catering en een brug naar de overkant.

Nu we uit de auto (met air conditioning) zijn blijkt pas hoe warm het vandaag is. Voor onze bestemming is 34 graden voorspeld, hier is het al 31.

Na deze kleine excursie rijden we weer door het, immer bergachtiger, terrein. De radio ontvangt al niet veel meer. Langs de weg staat af en toe een fruitstalletje.

We bereiken onze bestemming behouden. Kamloops is een stadje met een belangrijk kenmerk: het ligt halverwege Vancouver en de nationale parken. Ons hotel is dik in orde.

In het hotel heeft Marianne het een beetje gehad. We houden het op roomservice; morgen rijden we verder.