Als de zon over de bergen klimt en de dag begint in Jasper National Park kijken we uit ons raampje en zien twee touringcars die het uitzicht versperren. En bedankt. Even verderop begint het grote berenbos, waar een groepje japanners, nooit te beroerd om het onheil op te zoeken, ochtendgymnastiek beoefent. De beren laten het afweten.

Met Marianne gaat het niet geweldig maar we wagen het erop. Met onze auto rijden we het park in, op zoek naar die natuur waar iedereen het hier over heeft. Het begint al goed, met een kristalhelder meertje en bijbehorende vissen.

Op de wegen mag je niet harder dan 60, in verband met overstekend wild. Dat is goed nieuws voor de honderden RV's, oftewel campers, die hier samengekomen zijn. Tegen de venijnige heuvels op kunnen ze nauwelijks harder.

We komen bij Maligne Canyon, waar het water zich inmiddels 15 meter in de rotsen heeft geslepen. Door het voorbijdonderende vocht is het hier verrassend koel. We zetten een Amerikaan op de foto, en hij doet hetzelfde voor ons.

Als we verder rijden stoppen de auto's voor ons midden op de weg. We gaan maar in de file staan, niet helemaal duidelijk waarom, totdat we in de berm een beer ontwaren! Ojee, waar is de camera, die had jij toch, in de tas misschien? Gelukkig heeft de beer geen haast. Klik.

Een uurtje later, we zijn inmiddels op weg naar huis, is het weer raak. Zelfs een stilstaande, ronkende, bus met japanners doet deze beer niks. Is het misschien dezelfde als daarnet? Oordeelt u zelf.

Met al die beren op de weg zou je bijna vergeten dat het landschap er ook netjes bijligt. Plichtmatig kijken we af en toe de verte in.

Helaas is onze excursie voor Marianne iets te veel van het goede. De vooravond wordt weer in bed doorgebracht (we ontdekken dat de touretappe van vandaag erop is), en het diner wil niet echt binnenblijven. We gaan in rap tempo door de paracetamol heen. Hopelijk gaat het morgen beter, dan rijden we een kort stukje naar het volgende park, Banff, over een beroemde weg met, jawel, uitzicht.