Vandaag maken we behoorlijk wat kilometers en dus vertrekken we bijtijds uit het hotel in Calgary. Maar helaas: hoewel we mooi op tijd op de weg zitten rijden we hopeloos de verkeerde kant op. Halverwege Calgary-oost besluiten we om te keren om alsnog de juiste snelweg te vinden. Maar dan slaat het noodlot toe: we worden, met twee andere auto's, van de weg gehaald vanwege onze snelheid van 46 km/h. Op het stukje weg waar we ons bevinden mag je kennelijk maar 30 km/h rijden. Terwijl de agent met de eerste auto bezig is mopperen we over de grootte van de Canadese gebodsborden, de gemene manier van controleren en het feit dat we helemaal niet in dit gedeelte van de stad willen zijn.
Gelukkig doet het roze rijbewijs zijn schone werk: zogauw het Nederlandse document tevoorschijn komt en duidelijk wordt welke administratie hier gevoerd moet gaan worden is de $89 snel kwijtgescholden en komen we er met een waarschuwing vanaf. (Overigens is het stellen van zulke willekeurige beperkingen en dan boetes gaan innen tijdens de spits natuurlijk een laffe, regressieve, belastingmaatregel. Maar dat terzijde.)
Na deze avonturen rijden we snel, herstel, rustig, de stad uit. Een uurtje later passeren we zomaar het Lancaster-museum, vol met oude vliegtuigen.

De machines hebben nog tijdens de hongerwinter voedsel afgeworpen boven Nederland. In het museum hangt dan ook een brief met de groeten van prins Bernhard.
Tot aan de grens met Amerika is er niet heel veel te doen, maar rondom de grens ligt een internationaal park dat zeer de moeite waard is. Aan de Canadese kant zet Marianne nog even twee nederlanders op de foto,

die datzelfde ook wel voor ons willen doen.

We zijn de hele dag al langs de bergen naar het zuiden gereden, nu draaien we de bergen weer in. Onze laatste canadese dollars gaan op aan de entree van het park.

Binnen is het weer een dolle beestenboel. Als we het enige dorpje inrijden om te gaan lunchen zien we hoe ze hier hun gazon bijhouden: er loopt doodleuk een hert in de tuin te grazen.

Ook hier heeft de canadese spoorwegmaatschappij een hotel gebouwd, dat dramatisch over een meer uitkijkt. Ondanks de bewolking is het nog vrolijk tegen de dertig graden.

Even buiten het dorp is het weer raak met de dieren. Een groepje mensen staat naar een tipje te turen, dat een bruine beer blijkt te zijn. Even verderop schijnt een moeder met twee welpen rond te lopen, maar die weigert zich aan ons te laten zien.

We doen het park op z'n Amerikaans, met de auto dus, en rijden naar Red Rock Canyon. Een mini-canyon voor kinderen, zo blijkt, waar het water overigens behoorlijk koud is.

Als we het park uitrijden zien we de VS in de verte liggen, in de vorm van Chief Mountain, Montana. We komen zonder problemen de grens over en rijden aan de Amerikaanse kant hetzelfde park weer in.

Even lijkt het feest niet door te gaan als blijkt dat ze hier uitsluitend hele dure weekpassen verkopen, maar gelukkig realiseren we ons dat we nog meer parken doormoeten en dus een combipas kunnen kopen. En dat is maar goed ook. Glacier Park is zo mooi dat het eigenlijk niet op de foto te zetten is. Kijk maar:

Een overdonderend uitzicht (we staan hier op een bergrand, 150 meter boven de grond, zie de watervalletjes, de sneeuw, etc.) komt er nogal gewoontjes uit te zien. Nou ja, de dieren dan. We maken kennis met een berggeit:

en een nog nader te determineren knaagdier.

Dan gaat de weg weer naar beneden, richting west, op weg naar onze eindbestemming voor vandaag.

Kalispell is een verzameling pompstations, hotels en winkels die net dicht zijn, maar we hebben erg veel geluk met onze kamer. Groot, mooi, draadloos internet en een bloemstuk boven het bed. We eten wat van de mexicaan en slapen als een grote roos.
